Breder aanbod, bredere relevantie
We verbreden ons aanbod met het leerwerk-traject zodanig dat we relevant zijn voor een bredere doelgroep en in kunnen spelen op een veranderende vraag. Ook de mogelijkheid tot differentiëren blijk heel wenselijk.
“Met een aantal leerlingen in het 2e leerjaar doen we af en toe opdrachten vanuit het lwt en dat gaat feilloos” bevestigd Jan. Dat geeft de school een bredere relevantie. (Red. LUCA werkt nog aan een licentie die nodig is voor het aanbieden van een lwt.)
De regio Amsterdam kent een succesvolle samenwerking tussen het vo en het mbo; de zogeheten PrO-ROC routes waarin leerlingen van 20 praktijkscholen in hun laatste jaar een entreeopleiding op 10 verschillende entree-afdelingen op het mbo volgen. Eén dag les op het mbo, één dag les op hun eigen praktijkschool en drie dagen stage. Zo krijgt de leerling de juiste begeleiding die zorgt voor een zachte landing in het mbo. Het aantal leerlingen dat voor het Entree slaagt is zeer succesvol.
Bron: Samenwerkingsverband van Amsterdam
PrO-ROC route
Breder plaatje: doorlopend leren binnen praktijkschool DNA
Het leerwerk-traject past in bredere vernieuwingen: leerlijnen worden aangescherpt, taalgericht vakonderwijs wordt uitgerold en (individuele ontwikkelplannen leggen talenten en belemmeringen vast. Jan: “Wij werken zo dat het onderwijs de leerling volgt.” Daarmee wil LUCA zowel betekenisvolle praktijkervaringen bieden als reële kansen creëren op een vlottere doorstroom naar mbo.
Jan Pruntel - docent en leerlingbegeleider
Jarenlang werkte Jan als docent op collega-school Bredero. Destijds nog het Bredero Beroepscollege. Hij heeft een achtergrond in dienstverlening & producten, techniek en horeca.
Sinds ongeveer 1,5 jaar is hij leerlingbegeleider op het LUCA, waar hij het leerwerk-traject coördineert. Samen met het team ontwikkelt hij leerlijnen en PTA’s en verbindt collega’s en mbo‑partners, en zet samen met het team kleinschalige pilots op om praktijkgericht leren uitvoerbaar en doelgericht te maken.
Praktisch, verbindend en resultaatgericht: Jan staat voor onderwijs de leerling volgt.
vreemde eend in de bijt
LUCA ziet een veranderende vraag van de doelgroep en bouwt in antwoord daarop een kleinschalig leer-werktraject. Waar Tobiaschool het LWT al inzet als alternatief curriculum, pakt LUCA het op als opwaardering van het bestaande praktijkonderwijs: een try‑out dit jaar, met de ambitie om volgend schooljaar te starten met een eerste groep van 6 tot 8 leerlingen.
“Er melden zich steeds meer leerlingen met een pro-/basisberoepsadvies en ouders vragen gericht om praktijkgerichte routes.” Vertelt Jan Pruntel, docent en leerlingbegeleider bij LUCA.
Ervaring van docenten met praktijkvakken en nauwe contacten met mbo-partners maken het logisch om die vraag te beantwoorden met een kleinschalig, doelgericht leerwerk-traject waarmee leerlingen een jaar eerder naar een mbo-niveau 2 opleiding kunnen doorstromen. Ook een betere kennismaking met vervolgopleidingen en kansrijker richting een vervolgloopbaan zijn grote voordelen. Past het niet, dan is er altijd nog de PrO-ROC route, of uitstroom naar arbeid.
Wat is een leer-werktraject?
Een leerwerk-traject (lwt) is een onderwijsvorm binnen het vmbo waarmee onderwijs op school gecombineerd wordt met het opdoen van praktijkervaring in het bedrijfsleven. Een alternatief voor de reguliere basisberoepsgerichte leerweg. Het is een officieel erkende route naar een vmbo-diploma, waarbij leerlingen minder tijd op school doorbrengen en meer tijd besteden aan praktijkgericht leren in een werkomgeving.
Kleinschaligheid als sterkte
LUCA kiest bewust voor een kleine eerste groep van 6 tot 8 leerlingen, zodat docenten en stageplaatsen gericht kunnen worden ingezet en het leerproces goed gevolgd kan worden. Jan: “Zo maken we het uitvoerbaar voor docenten.” Successen en certificaten (SVA‑certificering) kunnen leerlingen benutten bij vervolgopleiding of als bewijs van vaardigheden.
Organisatorische uitdagingen en didactische aanpassingen
Het traject opzetten vereist tijd, uren en duidelijke borging. Het team moet wennen in de opstartfase: nieuwe PTA’s, weekplanners en toetsing binnen een praktijkomgeving die doorgaans weinig met cijfers werkt. Ook moet de school oplossingsgericht schuiven met rooster- en urenstructuur en zorgen dat het niet te veel op één docent leunt.
Van proeftuin naar pilot
Schooljaar 2025-2026 gebruikt LUCA als proeftuin: welke opdrachten werken, hoeveel tijd kosten ze, hoe organiseer je materiaal en toetsing? Ondertussen ontwikkelt school PTA’s voor relevante onderdelen en worden criteria opgesteld, zodat praktijkopdrachten meetbaar en overdraagbaar worden. Jan: “We gaan het uitproberen en voor einde schooljaar moet het er staan.”
Samenwerking met mbo en stagepartners
LUCA onderzoekt een structurele samenwerking met MBO College Noord voor het leerwerk-traject. Dat is een vereiste en maakt kennismaking met mbo en gekoppelde opdrachten mogelijk. Jan erkent de waarde van die verbinding: “Het mooie is dat de leerling dan op een mbo-school rondloopt en ziet wat zij doen.” De school werkt met meerdere mbo-colleges samen. Het zorg & welzijn profiel sluit bijvoorbeeld weer mooi aan bij de opleidingen van MBO College West waarmee ook samengewerkt wordt. Stageplaatsen zijn vooralsnog voldoende beschikbaar dankzij sterke Amsterdamse netwerken en het actieve stageteam van LUCA.
Wat is een leer-werktraject?
Een leerwerk-traject (lwt) is een onderwijsvorm binnen het vmbo waarmee onderwijs op school gecombineerd wordt met het opdoen van praktijkervaring in het bedrijfsleven. Een alternatief voor de reguliere basisberoepsgerichte leerweg. Het is een officieel erkende route naar een vmbo-diploma, waarbij leerlingen minder tijd op school doorbrengen en meer tijd besteden aan praktijkgericht leren in een werkomgeving.
LUCA ziet een veranderende vraag van de doelgroep en bouwt in antwoord daarop een kleinschalig leer-werktraject. Waar Tobiaschool het LWT al inzet als alternatief curriculum, pakt LUCA het op als opwaardering van het bestaande praktijkonderwijs: een try‑out dit jaar, met de ambitie om volgend schooljaar te starten met een eerste groep van 6 tot 8 leerlingen.
vreemde eend in de bijt